BTW-dossier, nieuwe wet gepresenteerd op Prinsjesdag

16 september, 2016

Btw-dossier, nieuwe wet gepresenteerd op Prinsjesdag

Op 20 september aanstaande, op Prinsjesdag, wordt de rijksbegroting gepresenteerd. Dat wil zeggen dat alle plannen van alle ministeries aan het Nederlandse volk gepresenteerd worden. Ook wordt dan het belastingplan voor 2017 openbaar. In dit plan zit dit jaar ook een wetvoorstel tot wijziging van de btw-vrijstelling voor watersportverenigingen per 1 januari 2017.

De voorgestelde wijziging zal naar verwachting bestaan uit twee delen:

 

  1. Het vervallen van het personeelscriterium; voortaan is het niet in dienst hebben van personeel (een havenmeester) niet meer bepalend voor de toepassing om van de btw-vrijstelling te kunnen genieten.
  2. Daarvoor komt in de plaats een uitzondering voor de verhuur van lig- en bergplaatsen door een watersportvereniging voor vaartuigen die op grond van objectieve kenmerken niet geschikt zouden zijn voor sportbeoefening.

 

Hoe dit proces nu verlopen is tot aan bovengenoemd voorstel wordt hieronder uit de doeken gedaan. En steeds wordt daarbij toegelicht wat het standpunt was van het Watersportverbond en haar partners in deze, het KNMC-VNM en NOC*NSF.

 

Eerst wordt ingegaan op de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU, een uitspraak over de btw-plichtigheid van watersportverenigingen en daarna hoe het gesprek met het ministerie van Financiën is verlopen.  

 

1. Uitspraak Hof van Justitie EU over btw-plichtigheid watersportverenigingen, februari 2016

 

Als het over belastingen gaat, is onenigheid nooit ver weg. Neem de belasting over toegevoegde waarde, die in de Europese Unie onder een speciale richtlijn (wet) valt en ook ‘diensten’ aan de btw onderwerpt. Zoals zo vaak zijn er uitzonderingen. Zo mag voor sommige diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport en die door instellingen zonder winstoogmerk worden verleend aan sporters, geen btw worden geheven, tenzij die vrijstelling de concurrentie door commerciële ondernemingen verstoort. Op grond van deze uitzonderingsbepaling heft Nederland geen btw op de verhuur van ligplaatsen voor boten aan leden van watersportverenigingen, mits die verenigingen geen personeel in dienst hebben.

 

Twee keer fout, oordeelde de Europese Commissie in 2009 over deze toepassing van de btw-richtlijn. In de eerste plaats omdat de Nederlandse vrijstelling zich ook uitstrekt tot de verhuur van ligplaatsen voor boten voor louter recreatief gebruik. Daardoor vallen ligplaatsen voor motorbootjes voor pleziertochtjes er ook onder. Te ruim, vindt de Commissie, want daarvan kun je toch niet serieus volhouden dat ze ‘nauw samenhangen met de beoefening van sport’, zoals de richtlijn dicteert.

 

En in de tweede plaats omdat Nederland voor de btw-vrijstelling eist dat de verenigingen geen personeel in dienst hebben. Te beperkt, vindt de Commissie, want de richtlijn staat een dergelijke voorwaarde helemaal niet toe.

 

Nederland was het daar, uiteraard, niet mee eens. Maar het werd vorige week door de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de EU, in het ongelijk gesteld. De uitleg van de Commissie zegevierde en Nederland moet zijn btw-regime voor watersportverenigingen aanpassen.

 

2. Gesprek 1 met het ministerie van Financiën, 2 maart 2016

 

Na deze uitspraak van het Hof van Justitie van de EU werd het Watersportverbond (en naast haar KNMC-VNM en NOC*NSF) uitgenodigd voor een gesprek op het ministerie van Financiën. Dit gesprek, dat plaatsvond op 2 maart j.l. in Den Haag, ging over de vormen van watersport die plaatsvinden bij de bij KNMC/VNM en het Watersportverbond aangesloten verenigingen. Binnen deze vormen werd tijdens het gesprek al snel een onderscheid gemaakt tussen alle vormen van roeien, kanovaren, zeilen, (kite‐)surfen en suppen enerzijds en motorbootvaren anderzijds.

 

In de Toelichting Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1969 is actieve sportbeoefening als volgt beschreven:

 

Par. 2.6.2 Actieve sportbeoefening

 

‘Actieve sportbeoefening laat zich in algemene zin omschrijven als een actieve inspanning van lichaam en/of geest met het oogmerk om het lichamelijk en/of geestelijk welzijn te verbeteren, waarbij competitie‐ en/of spelelementen/spelregels een rol spelen. Naar maatschappelijke opvattingen zijn denksporten (bridge, schaken enz..) aan te merken als sport in de zin van de post.’

 

Conform deze beschrijving zijn dus alle vormen van roeien, kanovaren, zeilen, (kite‐)surfen en suppen zonder twijfel aan te merken als sport. Dit impliceert dat de verhuur van ligplaatsen door watersportverenigingen aan eigenaren van vaartuigen waarmee de hierboven genoemde sporten worden beoefend, vrijgesteld is van btw, hetgeen door het ministerie van Financiën bevestigd werd.

 

Vervolgens spitste de discussie zich toe op het verhuren door watersportverenigingen van ligplaatsen aan motorbooteigenaren. Naar mening van KNMC/VNM , het Watersportverbond en NOC*NSF kwalificeert ook het varen met een motorboot als sport. Ook hier is namelijk sprake van een actieve inspanning van lichaam en/of geest met het oogmerk om het lichamelijk en/of geestelijk welzijn te verbeteren, waarbij competitie‐ en/of spelelementen/(spel)regels een rol (kunnen) spelen.

 

Is het varen met motorboot te kwalificeren als sport?
In deze kwestie of het varen met een motorvaartuig te kwalificeren is als sport hebben wij (Watersportverbond, KNMC-VNM en NOC*NSF) mevrouw mr. Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, geraadpleegd. Zij stelt in haar dissertatie ‘Sport en mededingingsrecht’ (2009) op pagina 17 van het hoofdstuk getiteld ‘De gemeenschappelijkheid van het verschijnsel sport’ dat sport een diffuus begrip is, een verschijnsel 'waarvan intrinsieke basiskenmerken' en ' veronderstelde basiskenmerken' gegeven kunnen worden. Maar nergens in de literatuur is er volgens Olfers een definitie van sport/recreatie te vinden, die de volledige acceptatie van de wetenschappelijke en de praktijk wereld heeft verworven. Om die reden kent de Nederlandse overheid, in casu het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en met haar NOC*NSF en haar aangesloten sportbonden geen definitie van het begrip sport en recreatie. Kortom, KNMC/VNM, het Watersportverbond en NOC*NSF wensen niet in een definitiekwestie te treden. (NB: NOC*NSF kent wel toelatingseisen voor sportbonden. Deze zijn opvraagbaar bij het Watersportverbond.)

 

Bij het ministerie bleek daarover toch enige twijfel te bestaan en derhalve verwezen wij, NOC*NSF, KNMC/VNM en het Watersportverbond naar regels ontleend aan dezelfde Par. 2.6.2 'Actieve sportbeoefening' die dan meer duidelijkheid kunnen verschaffen: ‘Bij twijfel kan voor het onderscheid tussen sportbeoefening en andere vormen van recreatie onder meer van belang zijn of voor de activiteiten:

 

  • organisaties (bonden en verenigingen) actief zijn, die zijn aangesloten bij NOC*NSF;
  • (spel)regels zijn vastgesteld;
  • wedstrijden worden georganiseerd;
  • sprake is van lokale activiteiten (recreatie) of van landelijke activiteiten (sport).'

 

Het staat dus buiten kijf dat het varen met motorboten door leden van watersportverenigingen aangesloten bij het Watersportverbond of KNMC/VNM (die op hun beurt zijn aangesloten bij de nationale sportkoepel NOC*NSF) kwalificeert als sportbeoefening. Immers dit voldoet volgens genoemde sportorganisaties volledig aan bovengestelde criteria. Aldus is ook ons inziens de verhuur van ligplaatsen voor motorboten door deze watersportverenigingen als nauw met sport samenhangende prestatie vrijgesteld van btw.

 

Toch bleef gezien de overwegingen van het arrest van het Hof van Justitie twijfel bestaan of alle motorboten geschikt zijn voor sport. Daarom hebben we gezocht naar een aantal extra criteria. Deze criteria zijn ter sprake gebracht in ons overleg van 4 mei daaropvolgend.

 

3. Gesprek met ministerie van Financiën, 4 mei 2016

 

Voor deze extra criteria is primair aansluiting gezocht bij de objectieve criteria die door het EU Hof van Justitie als voorbeelden zijn genoemd: de vorm, de snelheid, de wendwaarheid, het gewicht of de afmetingen. Voor wat betreft de afmetingen is aansluiting gezocht en gevonden bij de ‘Richtlijn plezier- vaartuigen en waterscooters (2013/53/EU).’ Deze richtlijn stelt minimale eisen aan het ontwerp en de bouw van vaartuigen bestemd voor sport‐ en vrijetijdsdoeleinden. Deze vaartuigen hebben: ‘een romplengte tussen 2,5 en 24 meter, ongeacht het type aandrijving.’

 

Wat betreft het Watersportverbond en KNMC/VNM luidt derhalve het eerste nieuwe criterium:

 

  • Vaartuigen met een romplengte van maximaal 24 meter, ongeacht het type aandrijving.

 

Andere extra criteria zouden moeten zijn:

 

  • een vaartuig bestaande uit een romp met een boeg, een middenschip en een achterschip met roer of andere stuurinstallatie; in geval van een multihull heeft het vaartuig meerdere rompen;
  • het vaartuig kan met behulp van een voortstuwingsinstallatie door het water een snelheid bereiken van tenminste 7,5 kilometer per uur;
  • het vaartuig beschikt over een stuurinstallatie waarmee voldoende wendbaarheid wordt verkregen om deel te kunnen nemen aan sportactiviteiten en het verkeer op het water;
  • het vaartuig is zodanig uitgerust dat het op basis van geldende wet‐ en regelgeving gebruik mag maken van de Nederlandse binnen- en kustwateren of andere wateren waarvoor het vaartuig bedoeld is.

 

Volgens het Watersportverbond en KNMC/VNM voldoen in ieder geval residentiële vaartuigen (woonboten) niet aan deze aanvullende criteria.

 

In ditzelfde overleg van 4 mei zijn deze criteria echter slecht marginaal besproken. Wel is de vraag opgeworpen of de sportverenigingen aangesloten bij het KNMC/VNM en het Watersportverbond aan haar motorbootleden activiteiten aanbieden. Feitelijk zou hiermee beoordeeld kunnen worden of het motorbootvaren kwalificeert als sportactiviteit in de zin van de Toelichting Tabel I en tevens of de vaartuigen van deze motorbooteigenaren geschikt zijn voor sport. Verzocht is om een overzicht van deze activiteiten te verstrekken.  

 

4. Sport-activiteiten die KNMC-VNM en Watersportverbond organiseren voor haar lidverenigingen

 

Activiteiten-aanbod van bonden en aangesloten watersportverenigingen voor motorbooteigenaren.

 

a. KNMC/VNM:

 

  • "Internationale Zuiderzee-Wedstrijd", een regelmatigheids- en navigatiewedstrijd voor deelnemers uit Nederland en daarbuiten. Het Reglement voor deze wedstrijd is opgenomen in het KNMC Handboek 2016. Met ingang van 2017 organiseert de KNMC jaarlijks zeker twee wedstrijden op basis van dit Reglement, wellicht wordt dit Reglement herzien. Deelname staat open voor meerderjarige jachteigenaren die lid zijn van de KNMC of van een bij de Nationale Autoriteit van hun land bij de U.I.M. aangesloten club, waaronder alle leden van de bij het VNM aangesloten verenigingen.
  • Afstandsprestatietocht op de binnenwateren van Nederland met toekenning van een wisselprijs "De Zilveren Pinas". Het Reglement voor deze wedstrijd is opgenomen in het KNMC Handboek 2016, wellicht wordt dit Reglement herzien. Deelname staat eveneens open voor meerderjarige jachteigenaren die lid zijn van de KNMC of van een bij de Nationale Autoriteit van de U.I.M. aangesloten clubs, waaronder alle leden van de bij het VNM aangesloten verenigingen.
  • Sportieve toertocht met een golfcompetitie, deelname staat open voor KNMC leden.
  • Sportieve toertocht met een bridgecompetitie, deelname staat open voor KNMC leden.
  • Formula Future, een behendigheidswedstrijd voor rubberboten en RIB's met een buitenboord motor. De Formula Future is bedoeld voor jeugd van 8 tot 18 jaar. Het VNM stelt aan alle aangesloten verenigingen het format beschikbaar. Van deze Formula Future zijn de Reglementen vastgesteld door de U.I.M. Deelname staat open voor jeugdige leden van 8 tot 18 jaar van alle leden van de bij het VNM aangesloten verenigingen.

 

b. Watersportverbond

 

Ook het Watersportverbond kent diverse activiteiten georganiseerd door haar lid verenigingen voor haar motorbootleden:

 

  • puzzeltochten met spelelement, inclusief waardering van de prestatie, in het varen, en de mogelijkheid tot het organiseren van een wedstrijd voor een gemengd gezelschap van uiteenlopende watersportdisciplines;
  • behendigheidswedstrijden; kern is hierbij manoeuvreren om de opdracht juist uit te voeren, daarbij rekening houdend met de eigenaardigheden van vaartuig en de invloeden van buitenaf zoals wind en eventueel de stroming;
  • toertochten, in velerlei variaties in dag-, weekend- en meerdaagse tochten. Deze tochten kunnen voorzien worden van wedstrijdelementen. Een bijzondere variant is het organiseren van een tocht of een gedeelte van een tocht in het donker;
  • gelijkmatigheidswedstrijden, waarbij de factor gelijkmatigheid over de afgelegde trajecten de doorslag geeft en waarbij factoren zoals snelheid, onderlinge type en vermogen niet van belang zijn. Hierbij wordt uitgegaan vaneen gelijkmatigheid waarbij de tijden door de deelnemer van tevoren zijn opgegeven. De wedstrijdgegevens worden van tevoren aan de deelnemer ter hand gesteld. De deelnemer geeft zijn te varen snelheid op, rekening houdend met wind en stroom, dient zijn verwachte resultaten over de verschillende trajecten of ronden bij het wedstrijd comité in en legt daarna zijn parcours af. Winnaar is diegene die het parcours aflegt in de tijd die het dichtst ligt bij de voor de start ingediende verwachtingen.

 

Deze voorbeelden van sport- en of recreatie activiteiten met wedstrijdelement en reglementen zijn opgenomen in het bijgesloten ‘Handboek Dag van de Watersport”, een speciale uitgave van het Watersportverbond in het kader van haar 125 jarig bestaan. Dit wil zeggen dat het verbond (en haar lid verenigingen) dit soort activiteiten al tientallen jaren kent en (laat) organiseren door haar aangesloten lidverenigingen, als een interne activiteit of een activiteit waaraan motorbooteigenaar van een andere vereniging kan deelnemen. Zo is in 2015 een aanbrengtocht georganiseerd door het Watersportverbond, vanuit heel Nederland naar Sail Amsterdam.

 

Het Watersportverbond brengt via haar platform motorboot deze activiteiten onder de aandacht van haar lidverenigingen.

 

5. Tussenbalans, daags voor Prinsjesdag

 

Het Watersportverbond en KNMC-VNM hebben in 1e instantie getracht alle soorten van bij haar bond aangesloten sporten te laten vallen onder de btw-vrijstelling. Toen ze daarin niet slaagden hebben ze getracht een oplossing te vinden in het vrijstellen van btw-plichtigheid voor zoveel mogelijk soorten motorboten. En zij zijn daarin geslaagd door in de nieuwe regeling criteria waaraan motorboten moeten voldoen wil zij aangemerkt worden als zijnde motorboten waarmee sport kan worden bedreven. Daarbij is aansluiting gezocht bij criteria die het Hof van Justitie van de EU zelf formuleerde, zijnde de vorm, snelheid, de wendbaarheid, het gewicht en de afmeting. Voor het maken van dat onderscheid is dan van belang of de activiteit die met het vaartuig kan worden beoefend is te duiden als sportbeoefening en of het vaartuig gelet op haar objectieve kenmerken is vormgegeven en specifiek nodig is voor die sportbeoefening. Naar onze mening voldoen vrijwel alle motorboten nu aan deze criteria. En het ministerie van Financiën gaat naar het er nu uitziet mee in deze criteria.

 

6. Proces na 20 september, naar 2016

 

Nu is met het presenteren van deze wetsteksten de regeling nog geen sprake van een niet definitief resultaat. Eerst zal de ministerraad bijeen moeten komen, waar het kabinet moeten instemmen met de voorgestelde (wets)wijzigingen. Vervolgens moet er nog advies worden ingewonnen bij de Raad van State en de Koning. En dan wordt op Prinsjesdag het Belastingplan, dat willen zeggen de wet en haar wijzigingen openbaar. En vervolgens vindt ergens in het najaar van dit jaar de parlementaire behandeling in de Tweede Kamer plaats en daarna in de Eerste Kamer. en De hele procedure eindigt doorgaans kort voor het Kerstreces. Na instemming door het parlement rest nog publicatie van de wijzigingen in de Staatscourant.

 

Het Watersportverbond (en haar partners) zal dit proces van dichtbij nabij volgen en daar waar nodig de politici voorzien van extra informatie en indien gewenst onze mening visie over deze wetswijziging. Natuurlijk zullen we daarbij de mening van de watersportverenigingen zo goed mogelijk over het voetlicht brengen en daar waar nodig met kracht verdedigen.

 

En natuurlijk vanzelfsprekend zal het Watersportverbond in dezelfde periode de watersportverenigingen informeren over de mogelijke gevolgen van de nieuwe wet en haar wijzigingen, indien deze worden geaccepteerd, aan de man brengen. Zij zal daartoe speciale bijeenkomsten in de regio organiseren, waar ook jij als bestuurder van een watersportvereniging je vragen over deze kwestie kunt stellen. Over de inhoud van deze bijeenkomsten en waar deze worden gehouden word je zo spoedig mogelijk geïnformeerd.

Background