Update: ‘Afschaffen zomertijd slecht voor sportdeelname’

03 december, 2018

Update: ‘Afschaffen zomertijd slecht voor sportdeelname’

Twee maanden geleden heeft het Watersportverbond, na bezorgde reacties uit onze achterban, de aandacht van onze watersportverenigingen gevraagd voor het mogelijk afschaffen van de zomertijd. Mede ook omdat de Europese Commissie Nederland vroeg om een standpunt in te nemen.

Het Watersportverbond heeft vervolgens een tweetal acties ondernomen.

1. Onderzoek onder lidverenigingen.

2. Contact gezocht met sportbonden en NOC*NSF.

NOC*NSF heeft het Watersportverbond in deze kwestie gevraagd het standpunt namens de sportwereld te vertegenwoordigen. De bond is gehoord tijdens een expertsessie georganiseerd door Binnenlandse Zaken. Daarnaast is zij naast vertegenwoordigers van de diverse sectoren zoals Transport, Landbouw, Energiebesparing, Economie en Volksgezondheid geïnterviewd door Motivaction. De resultaten van dit onderzoek zijn te verwachten eind december van dit jaar.

Resultaten onderzoek onder aangesloten verenigingen
Uit het onderzoek onder aangesloten verenigingen blijkt dat veel vrezen dat hun avondprogramma’s niet meer kunnen doorgaan mocht Nederland beslissen om de wintertijd aan te houden. Van de 98 reacties wil 54% de zomertijd invoeren, 42% wil de huidige situatie handhaven en slechts 4% geeft de voorkeur aan wintertijd.

Een tweetal reacties:

“Met zomertijd is het een uur langer licht, dus kan er 's avonds een uur langer gevaren worden. Dit is gunstig voor de lessen omdat deze aan het begin van de avond plaatsvinden. In de winter geeft de wintertijd een uur eerder licht, dat is gunstig voor de wedstrijdkanovaarders die ook vaak 's ochtends trainen. Als er toch voor één vaste tijd gekozen gaat worden, dan gaat onze voorkeur uit naar de zomertijd, zodat er ‘s avonds langer getraind kan worden.”

“Indien de standaardtijd de wintertijd wordt kunnen de clubwedstrijden die we op de woensdagavond in de samenwerking tussen WV Flevo en WV Zeewolde organiseren niet meer gehouden worden. We hebben gemiddeld 80 inschrijvingen per seizoen en gemiddeld 45 - 50 boten op het water. Eerder op de avond starten is geen optie omdat deelnemers en bemanning ook moeten werken en naar Harderwijk/Zeewolde moeten reizen op een doordeweekse dag.”

Standpunt sportwereld
De sportwereld pleit dus voor het handhaven van de huidige situatie. Het afschaffen van de zomertijd zou betekenen dat het ’s avonds een uur eerder donker is. Wat de beschikbare tijd voor buitensporten verkleint. De bezwaren tegen een permanente zomertijd (met name dat het dan ’s winters erg laat licht wordt) worden door het handhaven van de halfjaarlijkse omschakeling ondervangen.

Vanwege werk en studie sporten veel mensen doordeweeks in de avonduren. In de winter kan dat alleen maar met verlichting. Voor sporten als wielrennen en watersport betekent dit dat er tijdens wintertijd alleen in het weekend getraind kan worden. Daarom kijkt iedereen altijd reikhalzend uit naar de start van de zomertijd en ze ook in de avonduren weer in de buitenlucht aan de slag kunnen. Hoewel clubs bij sporten als voetbal, tennis en hockey in de winter in ieder geval een deel van de accommodaties ’s avonds kunnen gebruiken, zijn ook deze clubs gebaat bij het handhaven van het huidige systeem. Voor veel sportclubs is energie namelijk één van de belangrijkste kostenposten. Het afschaffen van de zomertijd betekent dat de veldverlichting vele uren per jaar extra gaan kosten. Dat is niet alleen slecht in het kader van duurzaamheid, maar ook sterk kostenverhogend voor de verenigingen.

Permanente zomertijd
Waarom geen permanente zomertijd? Ook daar kleven volgens wetenschappers nadelen aan. Wat NOC*NSF betreft laten we het zoals het nu is. De huidige seizoensplanning is bij alle sporten aangepast op het tweejaarlijks verzetten van de klok. Omdat de Europese Commissie in haar voorstel nauwelijks inhoudelijke onderbouwing geeft van nut en noodzaak voor het afschaffen van de omschakeling tussen zomer- en wintertijd, roepen wij het kabinet op om zich in Europa sterk te maken voor het handhaven van de huidige regeling.

Naschrift
Op 3 december a.s. zal in Europees verband de stand van zaken uiteengezet worden. Duidelijk is dat het definitieve voorstel pas op 1 april 2021 in werking treden, zodat er meer tijd is binnen de Europese landen om tot een gemeenschappelijk voorstel te komen. We houden u op de hoogte.

Background