Ik was zeven. Maar het beeld kan ik me nog herinneren alsof het gisteren was. Jan Stekelenburg. In zijn blote bast. Op een rubberboot die direct aanlegt naast Stephan van den Berg, net olympisch kampioen windsurfen in Los Angeles. Van den Berg zit laag op zijn plank in het water. Alsof hij zelf nog niet helemaal begrijpt wat er net gebeurd is.
Misschien begint watersport daar wel. Niet bij regels of verenigingen. Maar bij nieuwsgierigheid. Bij iets zien drijven en denken: kan ik daarop staan?
‘Ik ben heel blij,’ zegt hij. ‘Ik denk dat alles nu wel van me afvalt. De druk die de laatste weken over me geheerst heeft.’
Ineens wilde half Nederland een surfplank. Op campings verschenen surfsets naast vouwwagens. Richting Brouwersdam reden auto’s met planken op het dak. Stephan van den Berg werd liefkozend ‘kind van de wind’ genoemd.
De olympisch kampioen van toen zit nu tegenover me. Op ons kantoor in Utrecht.
Van den Berg moest de afgelopen jaren afscheid nemen van zijn surfzaken. Maar zodra het gesprek over materiaal gaat, verandert zijn blik onmiddellijk. Over boards. Over wind. Over nieuwe sporten. Over dingen uitproberen. Nog voordat wakeboarden wakeboarden werd, stond hij al met zijn broer achter een boot op een plank te pielen. Op een dun laagje water. Later schroefde hij een foil onder een board voordat wingfoilen officieel bestond. Sommige mensen wachten niet op de toekomst. Ze bouwen hem alvast zelf.
Van den Berg noemt het allemaal geen topsport. Geen innovatie. Geen techniek. Hij noemt het buitenspelen.
Misschien is dat wel precies wat watersport is. Je gaat het water op en verliest gevoel voor tijd. Voor uren. Voor je telefoon. Voor alles eigenlijk. Je kijkt waar de wind vandaan komt. Naar wolken. Naar water. En je speelt zolang het kan.
Dat verlangen ziet Van den Berg overal terug. Bij kinderen. Maar net zo goed bij mensen van vijftig. ‘Gooi iets in het water en kinderen gaan erop staan,’ zegt hij lachend. Misschien begint watersport daar wel. Niet bij regels of verenigingen. Maar bij nieuwsgierigheid. Bij iets zien drijven en denken: kan ik daarop staan?
Juist daarom gelooft Van den Berg zo sterk in de nieuwe boardsporten. Wingfoilen. Kiten. En nog steeds surfen. Niet als concurrent van het klassieke zeilen, maar als uitbreiding ervan. Meer manieren om het water te beleven. Hij vertelt enthousiast over het initiatief van de Koninklijke Nederlandse Zeil- en Roeivereniging in Muiden, een van de oudste watersportverenigingen van Nederland. Daar wordt een strand ingericht, waar boardsporten ook een plek krijgen. Niet denken in hokjes. Maar in beweging. Zeilers laten surfen. Surfers laten zeilen. Mensen opnieuw verleiden om naar buiten te gaan. Om te spelen.
Daar ligt volgens mij ook precies de uitdaging voor het Watersportverbond. Want of iemand nu zeilt, surft, kite, kanoot of wingfoilt: in het midden van al die disciplines ontstaan uiteindelijk dezelfde behoeften. Goed en veilig leren varen. Water toegankelijk houden. Inspiratie vinden. Nieuwe technieken ontdekken. Mooie plekken leren kennen. Mensen ontmoeten die dezelfde liefde voor wind en water voelen.
Zelfs in een app probeert het Watersportverbond inmiddels datzelfde gevoel te vangen. De nieuwe Wingfoil spotkaart laat zien waar de omstandigheden goed zijn, waar je het water op kunt en wanneer de wind draait. Eigenlijk is het een digitale versie van iets wat watersporters al generaties doen: elkaar vertellen waar het vandaag goed is.
Ook speelgoed evolueert.
Aan het einde van het gesprek komen we toch nog één keer terug bij Los Angeles. Bij die olympische gouden medaille. Bij de plotselinge roem.
‘Van die honderdduizenden handtekeningen die ik heb gezet,’ zegt Van den Berg, ‘kan ik me er nog eentje herinneren.’
Even valt het stil.
‘Dat jongetje zei: door jou ben ik gaan windsurfen. Dit wil ik ook.’
Van den Berg zoekt even naar woorden.
‘Die blik van dat gassie,’ zegt hij haperend. ‘Dat iemand door jou het water op gaat. Dat is misschien wel het mooiste wat er is.’
Arno van Gerven is directeur van het Watersportverbond. Hij schrijft twee keer per maand een column over de onderwerpen die in de watersport leven. Van Gerven probeert daarmee een breed lezerspubliek – van leden tot politiek – met een knipoog te laten kijken naar kansen en ontwikkelingen in recreatie en sport. Daarbij maakt hij gebruik van alle stijlmiddelen die een schrijver van een opiniestukje ten dienste staan. Wilt u reageren, e-mail naar arno.van.gerven@watersportverbond.nl.
