“Zo wordt de hinderaanpak zoals wij die nu voor ogen hebben echt een keertje goed beetgepakt. Ik hoor dan graag de input om die wellicht naar een 2.0-variant te brengen.”
Dat zei demissionair minister Mark Tieman tijdens het commissiedebat van 29 januari. Geen losse bijzin. Geen beleefdheid. Maar een uitnodiging om mee te bouwen.
En dat gebeurde niet in een vacuüm.
In één week verschoof hinder van bijzaak naar stevig bestuurlijk onderwerp.
Twee dagen eerder zaten wij al aan tafel bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, samen met Rijkswaterstaat en onze partners in de pleziervaart. Bruggen, sluizen, vaarwegen. De instandhoudingsopgave is enorm. Het onderhoud is onvermijdelijk. De hinder dus ook.
Maar wat die week veranderde, is iets anders.
Voor het eerst werd niet alleen gesproken over stremmingen als gegeven, maar over de manier waarop we die organiseren. Over regie. Over afstemming. Over communicatie niet achteraf informerend, maar vooraf richting geeft.
Onze gezamenlijke brief heeft daar aantoonbaar aan bijgedragen. In het debat werden namelijk precies dezelfde vragen gesteld als wij eerder op tafel hadden gelegd: hoe wordt recreatievaart betrokken? Wie bewaakt de samenhang? Hoe wordt bestuurlijke bijsturing georganiseerd als het vastloopt?
Dat is winst.
Want wie op het water vaart, weet dat hinder niet het echte probleem is. Het probleem ontstaat wanneer hoofd- en alternatieve routes tegelijk dichtgaan, wanneer informatie te laat komt en wanneer niemand het totaaloverzicht heeft.
Op de autowegen bestaat hiervoor een herkenbaar systeem: Van A naar Beter. Centrale regie. Eén loket. Heldere campagnes. Niemand verwacht dat asfalt nooit openligt. Men verwacht wél dat het logisch is georganiseerd.
Die logica moet ook op het water mogelijk zijn.
Inmiddels is er een nieuwe minister op komst: Vincent Karremans. Met zijn achtergrond in economie en sport begrijpt hij dat watersport geen bijzaak is, maar onderdeel van bereikbaarheid, recreatie en economische waarde. En in een politiek landschap waarin meerderheden niet vanzelfsprekend zijn, wordt samenwerking met het maatschappelijk middenveld belangrijker.
Dat geeft ons ruimte.
Daarom willen wij als Watersportverbond nadrukkelijk meewerken aan een hinderaanpak die verder gaat dan losse projecten. Een aanpak waarin planning, communicatie en bestuurlijke afstemming samenkomen. Waarin niet ieder vaarseizoen opnieuw het wiel wordt uitgevonden, maar waarin collectieve kennis wordt benut.
Wat deze week laat zien, is dat het loont om als sector gezamenlijk op te trekken. Niet mopperend langs de zijlijn, maar inhoudelijk aan tafel.
De minister heeft expliciet gevraagd om input. Dat is geen formaliteit. Dat is een kans.
Daarom de vraag aan u.
Wat moet in een verbeterde hinderaanpak absoluut anders?
Waar loopt uw vereniging tegenaan?
Als dit onderwerp ‘meer gaat spelen’, zoals in het debat werd gezegd, dan moeten wij nu meebepalen hoe het spel gespeeld wordt.
Arno van Gerven is directeur van het Watersportverbond. Hij schrijft twee keer per maand een column over de onderwerpen die in de watersport leven. Van Gerven probeert daarmee een breed lezerspubliek – van leden tot politiek – met een knipoog te laten kijken naar kansen en ontwikkelingen in recreatie en sport. Daarbij maakt hij gebruik van alle stijlmiddelen die een schrijver van een opiniestukje ten dienste staan. Wilt u reageren, e-mail naar arno.van.gerven@watersportverbond.nl.
