Vanaf het terras boven de pitstraat telde ik beneden mij elf brandweermannen. Om de paar meter stond er één. Niet de vrijwillige brandweerlieden die ik in een badplaats als Zandvoort had verwacht, maar figuren in felrode pakken met blinkende chromen helmen. Alsof ze zo uit een Marvelstrip waren weggewandeld.
Dat ik ze telde, is beroepsdeformatie. Bij het Watersportverbond organiseren we zelf evenementen, van de Dutch Water Week tot WK’s. Dus keek ik tijdens de voorlopig laatste Dutch Grand Prix vooral naar de organisatie rond de race. Die werd al zichtbaar op weg naar het circuit.
De beste sporters ter wereld naar Nederland halen, nieuw talent een doel geven en een groot publiek laten genieten: dat is geen bijvangst. Dat is de bedoeling.
Met een collega reed ik vanuit Abcoude naar het centrum van Haarlem, de fietsen achterop. Daar klonk nog net geen ‘Links Rechts’, maar het leek alsof Oranje ieder moment kon aantreden. We kachelden richting strand tussen drommen pratende fietsers uit Heemstede en Santpoort. Al maanden wezen borden de weg naar tijdelijke fietsenstallingen. Kruisingen, verkeerslichten en fietspaden stonden in het teken van de Grand Prix. Op LinkedIn liet ProRail trots weten dat het had meegewerkt.
Bij het circuit zagen we waarvoor we waren gekomen: een tijdelijke stad van tribunes, televisiestudio’s, viptenten en mobiele keukens. Boven ons cirkelden helikopters met de coureurs. Duizenden vrijwilligers en medewerkers terrein. En nauwelijks te bevatten: na deze race wordt de boel in een paar dagen afgebroken en naar een ander deel van de wereld verplaatst. Ga er maar aan staan.
Sportief doet de Formule 1 mij weinig. Bij het huilen van de motoren zag ik mannen die het liefst terug wilden huilen. Dat gevoel heb ik niet. Toch had ik een fantastische dag. De trots die uit het bericht van ProRail sprak, zag ik overal terug. Van de vrijwilligers bij het circuit tot de fietsers onderweg: iedereen leek bij deze dag te willen horen. Daar mogen we in Nederland best wat trotser op zijn.
Ook rond Amsterdam lieten we zien wat we organisatorisch aankunnen. De stad had WorldPride nog maar net achter de rug toen het WK hockey begon. Deze week kwam daar op de nabijgelegen Bosbaan het WK roeien bij. Twee wereldkampioenschappen naast elkaar. Kennelijk kunnen we dat gewoon.
Zulke evenementen zijn geen etalage naast de sport; ze horen bij de sport. Een kampioenschap geeft al die trainingsuren een doel. Voor 76 teams uit meer dan twintig landen ligt dat doel deze week in Medemblik, op het EK in de Star-klasse. Onder de deelnemers zijn twaalf oud-wereldkampioenen in die klasse, onder wie vijfvoudig olympisch medaillewinnaar Robert Scheidt.
Het publiek wil erbij zijn; Zandvoort bewees het. Voor sporters zijn evenementen ook ontmoetingsplekken. Kijk naar de Sneekweek. Lang niet iedereen verwacht kampioen te worden. Toch wordt er fanatiek gevaren en minstens zo fanatiek gefeest. Mensen leven er maanden naartoe, omdat ze hun ‘soortgenoten’ weer zien. De wedstrijd en het weerzien horen bij elkaar.
In weken als deze droom ik daarom (bijna) hardop van Olympische Spelen in Nederland. Ik hoor het u al zeggen: natuurlijk moeten die financieel en organisatorisch kloppen. Maar zodra het idee ter sprake komt, beginnen we over economische opbrengst en gebiedsontwikkeling. En natuurlijk over internationale uitstraling. Allemaal welkom. Alleen: waarom zou de sport zich eerst buiten de sport moeten bewijzen? De beste sporters ter wereld naar Nederland halen, nieuw talent een doel geven en een groot publiek laten genieten: dat is geen bijvangst. Dat is de bedoeling.
Voor mij is dat reden genoeg. Daarom ben ik ooit in de sport gaan werken.
Na afloop sprak koning Willem-Alexander over de prachtige herinneringen die we moeten koesteren. Zeker. Maar laten we ook nieuwe maken.
Met de Olympische Spelen in Nederland.
Arno van Gerven is directeur van het Watersportverbond. Hij schrijft twee keer per maand een column over de onderwerpen die in de watersport leven. Van Gerven probeert daarmee een breed lezerspubliek – van leden tot politiek – met een knipoog te laten kijken naar kansen en ontwikkelingen in recreatie en sport. Daarbij maakt hij gebruik van alle stijlmiddelen die een schrijver van een opiniestukje ten dienste staan. Wil je reageren, e-mail naar arno.van.gerven@watersportverbond.nl.
