Politieke steun voor de drijvende kiezer

Directeur van het Watersportverbond Arno van Gerven snijdt in zijn wekelijkse column actuele onderwerpen aan in de watersport.

18 maart 2021

Schokkend is een te groot woord. De constatering was eerder pijnlijk: aspirant Tweede Kamerleden hebben nauwelijks een beeld bij watersport. Zoveel werd duidelijk toen ik in aanloop naar de verkiezingen sprak met de nodige parlementariërs. Ook bleken er nogal wat clichés te bestaan. Veel van de Kamerleden stellen zich bij watersporters mensen voor met grote jachten en een plekje in de Quote 500, of denken meteen aan Marit Bouwmeester.

Dat onze achterban bestaat uit suppers, kanoërs, zeilers, boarders en recreanten in de motorpleziervaart, was een eyeopener. De meesten hadden er bovendien nog nooit bij stilgestaan, dat het in Nederland niet vanzelfsprekend is, dat je overal maar naar toe kunt varen. SP-kandidaat-Kamerlid Michiel van Nispen concludeerde letterlijk: “Ik heb bij het maken van plannen voor de openbare ruimte nog nooit nagedacht over het verhogen van een bruggetje om een kano er makkelijker onderdoor te laten varen, terwijl ik me wel heb verplaatst in de mogelijke wensen van een basketballer of hardloper.”

Evengoed als de Kamerleden de gesprekken als een openbaring zagen, leverden ze mij ook een schat op aan bevestigingen en nieuwe inzichten:

 

  1. Succesvolle beïnvloeding moet rechtstreeks vanuit een sterk collectief
    Politici denken weinig na over sport en al helemaal niet over watersport. Als ze al een beeld bij ons hebben, dan is dat er een van zelfredzaamheid. Onze organisatie moet daarom volledig in de PR-stand. Ieder moment zullen we aangrijpen om de punten die we hebben, zoveel mogelijk rechtstreeks en vanuit de kracht van het collectief te blijven inbrengen en herhalen. Pluspunt is dat we nu al met veel parlementariërs hebben gesproken en de belangen van onze achterban zijn onderstreept.

  2. Positieve en optimistische lobby
    Een gemiddelde parlementariër krijgt alleen al 100 verzoeken per dag van organisaties die iets van ze gedaan willen hebben. Daarbij is een Kamerlid niet zelden woordvoerder op diverse beleidsterreinen. Tijd is dus schaars. Tweede Kamerleden zitten te springen om goede ideeën en worden graag gesouffleerd. Die input moeten we ze geven op een positieve en optimistische manier. Tijdens de gesprekken hebben we hardop nagedacht over samenwerkingen tussen scholen en watersportverenigingen. Denk aan gymles op het water. Maar ook op andere beleidsterreinen hebben we de mogelijkheden verkend, want we moeten toch echt oppassen met windmolens op het water.

  3. Politiek dilemma
    Door de diverse belangen is water per definitie een politiek dilemma. Er broeden vogels op en bij, het komt uit de kraan, het moet energie opleveren en verhip er willen ook nog mensen het water op. Binnen dat krachtenspel is het behendig laveren en koers houden.

  4. We zijn een factor van belang
    Tel de leden van een politieke partij bij elkaar op, zet ze af tegen het aantal leden van alle watersportverenigingen, die zijn aangesloten bij het Watersportverbond, en er ontstaat een ander perspectief. Met 80.000 leden zijn we drie keer zo groot als D66. Waarom wordt er daarom eigenlijk nog gesproken over zwevende kiezers? Dat zijn drijvende kiezers. Die zouden zelfs een politieke partij kunnen vormen en qua ledental de grootste kunnen zijn.

  5. Oppassen voor de aai over de bol
    We horen demissionair premier Rutte op het Jeugdjournaal wel zeggen dat sport heel belangrijk is, maar tijdens de campagne is het nooit onderdeel van het debat geweest. We moeten ervoor waken dat de politiek denkt: de sport is er toch wel, we geven ze een aai over de bol en we kunnen weer vier jaar voorruit.
  6. Wind mee
    Als geen andere sport hebben we de wind mee: Nederland wordt herontdekt, onze sporten weten zich telkens opnieuw uit te vinden en water staat hoog op de politieke agenda. Doodzonde als we daar geen gebruik van maken.

De partners van het Watersportverbond