Al langere tijd leeft binnen de wedstrijdsport de zorg dat de instroom van jonge sporters onder druk staat. Bestuurders, trainers en verenigingen voelden de trend al jaren: minder jongeren op startlijnen, meer afhakers rond de puberleeftijd, en een sport die dreigde te leunen op een ouder wordende kern. Het Watersportverbond anticipeerde op deze ontwikkelingen en stelde de Commissie Instroom Jeugd in om het vraagstuk structureel aan te pakken. De opdracht was helder: begrijpen waar jongeren afhaken, nieuwe routes creëren naar wedstrijden en de basis verbreden bij jonge zeilers en surfers.
De jeugd vormt het kloppende hart van het wedstrijdzeilen
Om die zorgen ook op feiten te kunnen onderbouwen, werd tegelijkertijd ingezet op een tweede pijler: een structurele dataverzameling die laat zien hoe de sport er werkelijk voor staat. In 2019 is begonnen met het consequent opvragen van deelnemersgegevens voor alle bij het Watersportverbond aangemelde wedstrijden. Ondertussen zijn er zo’n 45.000 deelnames vastgelegd in Mijn.Watersportverbond.nl (live sinds 2023) en kunnen er drie jaar op rij gegevens worden gedeeld waarmee wedstrijd- en klassenorganisaties meer inzicht krijgen in de wedstrijdsport in Nederland. Ook zijn er inmiddels 3.200 uitslagen vastgelegd. Zo kan je als individuele wedstrijdzeiler ook zien wat je allemaal gevaren hebt en welke podiumplaatsen je hebt bereikt bij WK’s, EK’s en NK’s.
De nieuwste registraties laten een duidelijke trend zien: het aantal unieke deelnemers stijgt naar 4.438, bijna 300 meer dan vorig jaar. Vooral de groep 0–12 jaar groeit stevig, een signaal dat de basis breder wordt. Dat sluit aan bij de inzet op laagdrempelige instroom.
Tegelijkertijd blijft de groep 13–17 stabiel, waar het afhaakpunt traditioneel ligt. De kernzorg van de wedstrijdsport, het vasthouden van tieners, is daarmee nog niet opgelost. De conclusie is dat er beweging is, maar de kwetsbaarheid blijft zichtbaar.
Wel is het belangrijk om te bemerken dat de beschikbare cijfers afhankelijk zijn van de aanlevering door wedstrijdorganisaties. Niet alle organisaties leveren deze gegevens volledig aan, waardoor sommige cijfers ontbreken en de statistieken niet ieder jaar volledig vergelijkbaar zijn.
Windsurfen duwt de sport vooruit
Een onverwacht lichtpunt ligt bij het windsurfen. De Windsurfer-klasse zag het aantal aangemelde wedstrijden groeien van 10 naar 25, en andere windsurfdisciplines stegen van 1 naar 11 evenementen. Dat wijst op een verruiming van instroomkanalen: jonge sporters vinden de weg niet alleen via traditionele klassen, maar ook via nieuwe formats en disciplines
Wedstrijdvormen
Wie naar de wedstrijdkalender kijkt, ziet een sport die zich stevig rond één format heeft gevormd: fleetracing. Van de bijna driehonderd aangemelde evenementen vallen er 276 onder het traditionele rondjes varen of het courserace-equivalent bij windsurfen. Team- en matchracen, of expressievormen van het surfen, spelen slechts een bijrol. Het laat zien waar de massa zit, maar ook hoe smal de competitieve variatie in de praktijk nog is.
De sprintdiscipline springt daarbij wel in het oog. Er staan veertien sprintwedstrijden op de agenda, waarvan twaalf NK’s. Dat is minder een teken van breed gedragen sprintcultuur, en meer een indicatie dat een Nederlands kampioenschap het deelnemersveld trekt. De titel blijkt populairder dan het wedstrijdformat zelf.
Ook organisatorisch tekent zich een duidelijke structuur af. Slechts negentien verenigingen organiseren vijf of meer wedstrijden per jaar. De KNZ&RV en KWS Sneek voeren die lijst aan met ieder dertien evenementen, direct gevolgd door WSV Braassemermeer met twaalf. Het grootste deel van de wedstrijdsport drijft daarmee op een handvol verenigingen, terwijl veel andere verenigingen het bij één of twee evenementen houden.
De cijfers laten zien dat de jeugd het kloppend hart vormt. Klassen als Optimist, RS Feva, Splash en ILCA 4 & 6 bepalen een groot deel van de kalender. Daarachter volgen vertrouwde one-designs zoals de 16m2, Olympiajol en Finn.
Van onderbuik naar onderbouwing
Wat deze cijfers extra waarde geeft, is dat Mijn.Watersportverbond inmiddels veel meer inzicht biedt dan alleen deelname per evenement. Het systeem laat zien welke leeftijden in welke klassen actief zijn, welke verenigingen structureel deelnemers leveren en hoe de belangstelling zich ontwikkelt over meerdere jaren. Klassenorganisaties kunnen analyseren waar hun instroom vandaan komt en verenigingen kunnen vergelijken hoeveel jeugd in de regio actief is. Kortom: de kalender vertelt wat er wordt gevaren, maar de data laat zien hoe de sport echt beweegt.
