Binnen het jeugdwedstrijdzeilen worden steeds meer stappen gezet om plezier, ontwikkeling van competenties en eenduidigheid beter op elkaar af te stemmen. Met de introductie van het CBA-competentiemodel en regels rondom coaching bij jeugdwedstrijden, ontstaat er een helder kader voor zowel zeilers, trainer/coaches alsook wedstrijdsorganisaties.
CBA-competentiemodel
De Trainer/Coach Commissie en de Commissie Instroom Jeugd hebben samen het CBA-competentiemodel ontwikkeld als leidraad voor zowel wedstrijdorganisaties alsook trainer/coaches. Het model richt zich op het competentiegericht opleiden van beginnende wedstrijdzeilers en het laten varen van wedstrijden op hun eigen competentieniveau, op een manier die door heel Nederland vergelijkbaar is.
Varen op je eigen niveau
Met plezier en groei als uitgangspunt ontwikkelen zeilers zich binnen drie niveaus. Niveau C is voor de eerste kennismaking met de wedstrijd, waarbij de nadruk ligt op plezier en basisvaardigheden. Niveau B biedt een volledige race ervaring op vlak water, maar zonder de fysieke vereisten, de concurrentie en het competentieniveau van de A vloot. In de A vloot gaat een watersporter de uitdaging aan met golven en eventueel stroom, op groot water en in grote velden om de vaardigheden te testen tegen de beste sporters op het evenement. De eerste wedstrijden, vooral in de Optimist en Flits, zijn al gevaren in de A, B of C. De termen Groen en Benjamin zijn daarmee komen te vervallen.
De Optmisten Club Nederland heeft al een infographic voorbereid, die wellicht ook door andere klassen- en wedstrijdorganisaties gebruikt kan worden.
Introductiebijeenkomsten terugkijken
De Introductiebijeenkomsten voor (Jeugd) wedstrijdorganisaties (m.n. de combi organisaties) en trainer/coaches over het CBA-model zijn verzorgd door de Commissie Instroom Jeugd en Trainer/Coach Commissie. Deze kan je inzien via onderstaande links:
CBA introductie Trainer/Coach - presentatie
Coaching regels bij jeugdwedstrijden
Naast de introductie van het CBA-Competentiemodel, zijn er veranderingen op het gebied van de regels rondom inzet van coaches. Deze strengere regels zijn er met name op gericht om de schijn te voorkomen dat coaches zeilers tijdens de wedstrijd zelf coachen (hetgeen immers verboden is conform de RvW). Aanwijzingen tussen de wedstrijden door blijven mogelijk, alsmede uiteraard het fungeren als rescue indien nodig.
Bij enkele jeugdwedstrijden is al geëxperimenteerd met strakkere regels rondom de inzet van coaches. Echter in deze eerste fase werden de regels door coaches als lastig uitvoerbaar ervaren, waardoor de naleving beperkt bleef. Inmiddels is er, in onderling overleg tussen de Trainer/Coach Commissie, betrokken wedstrijdorganisaties en de trainer/coaches zelf, een werkbare middenweg gevonden. Deze aanpak vraagt nog gewenning van alle betrokkenen, ook van de jury die hierin een actieve controlerende rol vervult, maar wordt in de praktijk al vaker als een verbetering ervaren.
Dankzij deze nieuwe werkwijze is er minder verstoring van ribs langs de sporters en minder discussie over wie welke aanwijzingen wel of niet mag geven of geeft. Je leest de regels in detail in de Sailing Instructions van de United 4 (artikel 23).
