We brengen maar wat graag onze vrije tijd door op of nabij het water. Bijna een derde van de Nederlanders van 18 jaar en ouder – in totaal zo’n 4,6 miljoen mensen – deed in 2024 aan één of meer vormen van watersport. Het Watersportverbond zet zich, met hart en ziel, voor al die mensen in.
Dat is ook nodig. Want al die watersporters willen wel veilig kunnen recreëren. En geven er vanzelfsprekend de voorkeur aan om te genieten in een schone, prettige omgeving, met goede faciliteiten. Het Watersportverbond komt dagelijks op voor de belangen van de watersporter, helpt watersportend Nederland waar dat maar kan.
Uit het Watersportonderzoek 2024, dat in samenwerking met Trends & Tourism werd uitgevoerd door Waterrecreatie Nederland, blijkt eens te meer hoe populair de watersport als vrijetijdsbesteding is. Of het nu om surfen, kanoën, waterskiën of suppen gaat, of om varen met een sloep, zeil- of motorboot; we zijn er met velen dol op. 18,4% van alle Nederlandse huishoudens bezit inmiddels één of meer watersportattributen. Met name supboards en sloepen zijn populair. Al met al drijven er pakweg 1,2 miljoen boten, bootjes en boards in het Nederlandse water. Dat is een grote verantwoordelijkheid. Voor de eigenaren ervan, én het Watersportverbond.
De cijfers in het rapport, waarvoor bijna 40.000 Nederlanders werden benaderd, schetsen het beeld van een grote, diverse gemeenschap van goeddeels ongebonden watersporters. En die groep is ten opzichte van 2021 licht gegroeid. Voor het merendeel van de watersporters zijn ontspanning en gezelligheid de belangrijkste motieven om het water op te zoeken.
Door te ijveren voor open en veilig vaarwater, verenigingen te ondersteunen op alle mogelijke vlakken, kennisontwikkeling te stimuleren en opleidingen te verzorgen, biedt het Watersportverbond hulp op alle fronten. Dit is in veel gevallen onzichtbaar, zeker voor de individuele watersporter die geen lid is van een vereniging.
In Waterland Nederland vormen verenigingen sinds jaar en dag het fundament. Meer dan 350 watersportverenigingen, die samen meer dan 80.000 leden hebben, zijn aangesloten bij het Watersportverbond dat dag in dag uit vraagbaak is voor zowel het bestuur als de leden van de verenigingen en hulp biedt bij de organisatie van activiteiten. Ook worden wedstrijdsporters vooruit geholpen, is er ondersteuning bij soms lastige, juridische vraagstukken en wordt de opleiding van trainers en instructeurs verzorgd.
Die opleidingen, voor zowel beginners als gevorderden, zijn cruciaal. Informatievoorziening over veilig en vaardig varen, maakt dat watersporters – ook als ze niet aangesloten zijn bij een vereniging – met een prettiger gevoel én met betere kennis van ‘het reilen en zeilen’ het water opgaan.
Veel van dat werk is zo goed als onzichtbaar. Het in stand houden van infrastructuur vraagt veel inzet. Het openhouden van vaargebieden en opstapplaatsen, de waterplantenproblematiek aanpakken en de wildgroei aan regels en belastingen tegengaan; dagelijks is inzet gevraagd. Zestien regioteams zetten zich, met grote kennis van zaken en oog voor veiligheid, natuur en milieu, in om de belangen van de watersporter te behartigen.
Zo blijft, allicht zonder dat de meeste watersporters er iets van merken, ruim 4400 kilometer aan Nederlandse vaarwegen toegankelijk, betaalbaar én bevaarbaar.
